header (20K)



20/9/2016
13/9/2016
6/9/2016
30/6/2016
23/8/2016
'Dordtse kunst' in Bondfilm
16/8/2016
J.de Wittstraat-Stationsweg
2+9/8/2016
Smitshoek
26/07/2016
Kwis 2016
19/7/2016
Annexatie Dubbeldam
12/7/2016
Vakantiekinderfeest
5/7/2016
Sportfondsenbad
28/06/2016
Dempen Nieuwe Haven
21/06/2016
Boterbeurs
14/06/2016
Een Dordtse Rutten. Of niet?
31/05/2016
Einde aan 600 jaar zakkendragen


Deze maand is het 65 jaar geleden dat het Gilde der Zakkendragers in Dordrecht werd opgeheven. Of liever gezegd het Korps Zakkendragers, want van een gilde was al lang geen sprake meer. Zes eeuwen hadden de mannetjesputters in Dordrecht gewerkt.
In mei 1950 kwam een einde aan een zes eeuwen oude Dordtse bedrijfstak: zakkendragen. Zakkendragers noemden zich in Dordrecht ook wel mazelaars (of maasmannen), een stokoude naam die teruggaat tot 1350, naar het Gilde van de Mase. De werkzaamheden van de gildebroeders bestonden uit het overladen van koren uit zeeschepen uit Oostzeelanden, Frankrijk en Engeland in kleinere schepen. Dordrecht had nog geen goede haven waar die schepen konden aanleggen (de Nieuwe Haven werd pas in 1410 gegraven) en dus bleven de schepen op de Oude Maas voor anker liggen. Vandaar de naam.
Zakkendragers bij trechter en smakbak. Centraal op de foto E. Nunninkhoven die ook klokkenluider en vuurstoker van de Grote Kerk was. Foto ca. 1915.

Na de aanleg van de havens (Nieuwe Haven, Wolwevershaven, Maartensgat en Kalkhaven) en de rivierkades kwamen de schepen tegen de wal en werd de lading in zakken rechtstreeks naar de pakhuizen in de stad gebracht.
De bloeitijd van de zakkendragers waren de 17de en 18de eeuw. Dordrecht had een uitgebreide korenhandel en er waren tal van brouwerijen mouterijen en branderijen. Er werden duizenden tonnen graan verhandeld. Bovendien werden de kachels en fornuizen gestookt met turf en hout en ook dat werd meestal in zakken aangevoerd.

Het Zakkendragersgilde telde 220 leden die bij elkaar kwamen in het gildehuis in de Zakkendragersstraat, een zijsteeg van de Voorstraat. Toen dat te klein werd, werd een tweede gildehuis betrokken bij de Oude Maas.
 
Een zakkendrager lost een schip dat in de Kalkhaven ligt (ca. 1930).
In 1647 werd het nog bestaande huisje gebouwd bij het net gegraven Maartensgat. Voortaan werd de stad in tween gedeeld, een oostelijk deel waar voornamelijk turf werd gelost (het Turfeind) en een westelijk stadsdeel, het Koreneind. De zakkendragers hadden een bijzondere en nauwkeurig beschreven manier om te bepalen welke gildebroeders een schip mochten lossen. Als er schepen voor de wal kwamen, werd de bel aan een gildehuis geluid, waarop de mannen kwamen aangesneld. Binnen zeven minuten moesten de leden binnen zijn, want daarna werd de deur gesloten en begon het 'smakken', het dobbelen om het werk. Een zakkendrager gooide twee dobbelstenen door een trechter in de 'smakbak'. Degenen die het hoogste gooiden, konden het werk krijgen. De commissaris beraamde de hoeveelheid werk en hoeveel mannen er nodig waren. Vervolgens werden de geworpen ogen van hoog naar laag afgeroepen en kon de zakkendrager beslissen of hij mee wilde doen. Als het werk hem niet beviel, hield hij zich stil en kon een ander voor hem in de plaats gaan werken. Verder waren er nog allerlei regels over het werken met knechten en aangenomen werk.

 
De Wilhelmina uit Groningen wordt met de zak
gelost in de Nieuwe Haven (ca. 1910)
Zakkendragers waren mannetjesputters. Gildedeken Pieter de Knijp uit de Tolbrugstraat liep omstreeks 1720 als stuntje met een mud graan (zestig kilo) de trappen van de Grotekerkstoren op en af. De werktijden waren nog ouderwets lang: van half vijf 's morgen tot acht uur 's avonds. Moeilijk werk was het werk niet. Het vereiste weinig hersenwerk, wel veel kracht en uithoudingsvermogen. Zakkendragers behoorden tot de laagste sociale klasse en zaten aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Zakkendragers waren belangrijk voor de stad. In 1795 was in een op de tien Dordtse gezinnen de vader zakkendrager.

EINDE
In 1798 was het gebeurd met de meeste gilden. Tijdens de bezetting door de Fransen werden de gilden afgeschaft. Maar de Fransen waren ook niet achterlijk. Zakkendragers waren van levensbelang voor economie in de steden, net als korenmeters, turftonners en ballasthaalders. Die beroepsgroepen mochten dan ook georganiseerd blijven bestaan, maar dan niet meer als een echt gilde maar als korps. De leden van het Korps Zakkendragers werden voortaan aangewezen door de gemeente.
 
Het Zakkendragers
straatje, mt bel.
Maar ze behielden wel hun eigen merkwaardige systeem van werkverdeling, het smakken.

Rond 1850 stopte de bedrijvigheid in het Turfeind bij het Zakkendragersstraatje. Vanaf 1919 werden geen nieuwe zakendragers meer aangesteld zodat het korps vanzelf zou uitsterven. Toch hield een aantal het nog lang vol, voornamelijk omdat koekjesfabriek Victoria nog zakkendragers nodig had. Zij werden daar betaald naar de afstand die zij met de zakken moesten afleggen, van de vachtwagens tot de opslagplaats en hoeveel traptreden daar tussen zaten.
In de gemeenteraadsvergadering van 30 mei 1950 viel het doek definitief voor het oudste gilde van Nederland (zoals zij de leden zelf graag zeiden) maar dat al ruim 150 jaar geen gilde meer was. Er was wel een probleem geweest met de bezittingen van het 'gilde ' en er moest diep in de stadsarchieven worden gegraven over wat van wie was. De twee gildehuizen waren in ieder geval van de gemeente en na onderzoek bleken ook de soms eeuwenoude en vaak kostbare gebruiksvoorwerpen (zoals drinkbekers, begrafenisspullen, en smakbak) toch niet van het korps te zijn. Wel kregen de 78 nog levende leden een bedrag van 1170 gulden waarmee zij hun inschrijfgeld van 15 gulden per persoon terugkregen. Het saldo van het spaarbankboekje (sinds 1925 de som van iets meer dan 39 gulden) mochten de zakkendragers ook verdelen.
Maar daarna was het toch echt afgelopen met de Dordtse zakkendragers Geen gesmak meer. Wat rest zijn wat spullen die meestal ergens in een gemeentelijke opslag liggen en twee gildehuizen waaraan nog wel (weer) de bellen hangen waarmee de zakkendragers werden opgeroepen te komen smakken. En wat straatnamen: Zakkendragersstraat en Mazelaarsstraat.
Het Mazelaarshuisje bij het Maartensgat, met wachtende, oude zakkenmdragers. De bel hangt er ook nu nog steeds

steegoversloot (396K)


paardentram0 (366K)


texel (474K)


vliegen (428K)


en nog veel meer


[ © Copyright Jaap Bouman/DORDT.NL ]